EncyclopedieHeksenkruiden

Ben je op zoek naar een magisch cadeautje? Laat je inspireren door onze top 50 cadeautips voor de feestdagen.

Azarius

  • $

$ 0, -

US$ 0,00

Heksenkruiden - Encyclopedie

Menu tonen Menu verbergen

Heksenkruiden

1 Reacties

Introductie

Wist je dat heksen echt bestaan? En dat ze kunnen vliegen? Door zichzelf (en soms ook hun bezemsteel) in te smeren met vliegzalf maken ze een ‘astrale reis’. Vliegzalf was algemeen bekend in de Middeleeuwen en werd gemaakt van psychoactieve planten die inheems zijn in Europa.

Veel van deze planten zijn in de vergetelheid geraakt. Niet alleen omdat ze soms onprettige – of zelfs duistere – effecten hebben (dat geldt vooral voor leden van de nachtschadefamilie). Met de opkomst van het christendom en later de wetenschap werd kruidenkunde steeds vaker afgedaan als 'bijgeloof'.

Kennis over psychoactieve planten en hun toepassing is van oudsher verweven met een wereldbeeld waarin de natuur bezield is. De technieken en rituelen die daarbij horen, zouden we nu als ‘sjamanistisch’ bestempelen.

Binnen de psychedelische scene verdiepen velen zich in de sjamanistische tradities van andere volken en culturen. Maar wat weten we eigenlijk over de vruchten van Europese bodem?

Planten van de nacht

De meest beruchte Europese 'heksenkruiden' zijn leden van de nachtschadefamilie (Solanaceae) – waartoe ook de aardappel, tomaat en tabak behoren. Doornappel (Datura stramonium), Bilzekruid (Hyoscyamus Niger), Wolfskers (Atropa belladonna) en Alruinwortel (Mandragora officinarum) vormen niet alleen de basis voor vliegzalf, maar werden ook verwerkt in liefdesdrankjes, bepaalde geneesmiddelen en werden bovendien gebruikt als vergif.

De belangrijkste alkaloïden in deze planten zijn scopolamine, atropine en hyoscyamine. De concentraties verschillen per plant. Bij een milde dosering veroorzaken ze een donkere trip die soms dagenlang aanhoudt en samengaat met tijdelijke bewusteloosheid (diepe slaap) en het vergeten van grote delen van de ervaring. In een hogere dosering kunnen ze blijvende krankzinnigheid en zelfs de dood tot gevolg hebben.

Kruidenkunde en hekserij

Het bereiden en toepassen van heksenzalf was slechts onderdeel van een veelomvattende kruidenkunde. Allerhande planten en kruiden werden ingezet vanwege hun geneeskracht, om lust op te wekken (of juist te beperken), voor geboortecontrole (bijvoorbeeld om abortus te plegen) en als vergif.

Tot laat in de Middeleeuwen was het normaal om met een probleem of kwaal naar de lokale kruidenvrouw of -man te gaan. Deze gaf je dan een zalfje, tinctuur of drankje, dat meestal vergezeld van een bezwering (toverspreuk) moest worden ingenomen. De planten werden ritueel geoogst (bijvoorbeeld bij de juiste maanstand). Ook konden ze als amulet of talisman gedragen worden om kwade geesten op afstand te houden.

Door bijvoorbeeld de bessen van de Bitterzoet (Solanum dulcamara) als amulet bij je te dragen kon je kwaadaardige roddels afweren. Gehangen boven de wieg van een baby, bood de plant bescherming tegen betovering. Valeriaan (Valeriana officinalis) werd gezien als afrodisiacum: door iemand te kussen met een stuk valeriaan in de mond, zou deze persoon meteen verliefd op je worden.

Alsem (Artemisia absinthium) – het hoofdbestanddeel van absint – werd in de Middeleeuwen gebruikt als levenselixer, om wonden te behandelen en om wormen uit te drijven. Bijvoet (Artemisia vulgaris) was een belangrijk vrouwenkruid, dat hielp de menstruatie op gang te brengen of een geboorte te versnellen.

Gevlekte scheerling (Conium maculatum) is één van de meest giftige planten in Europa en werd gebruikt om mensen te vermoorden. (De gifbeker waar toe Socrates werd veroordeeld, bevatte gevlekte scheerling).

Wilde je de eveneens zeer giftige monnikskap (Aconitum napellus) voor genezing toepassen dan was een rituele oogst vereist: de plant moest in de maneschijn worden geplukt, na het uitspreken van de juiste toverformule. Het idee was dat de plant alleen op deze manier magische kracht kreeg.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden. Dergelijke tradities gaan terug tot voor de klassieke oudheid en kwamen voor bij de Slaven, Germanen, Kelten en Vikingen. In de Noordse culturen was een grote rol weggelegd voor de völva: wijze priesteressen die liederen zongen om in trance te raken, het verleden konden duiden en de toekomst voorspellen.

De alruna vervulden eenzelfde rol voor de Germanen, net als de druïden bij de Kelten. Met hun kruidenkennis en sjamanistische technieken hadden deze wijze vrouwen en mannen macht over leven en dood, ziekte en gezondheid. Ze fungeerden als genezers en ritueel leiders. Ons idee van ‘de heks’ is op hen gebaseerd.

Het einde van de natuurreligies

Met de opkomst van het christendom werden ‘heidense’ gebruiken eerst deels overgenomen en daarna langzaam verdrongen. Waar het christendom aan invloed won, kregen heidense feestdagen een christelijke invulling en namen christelijke heiligen de plaats in van paganistische goden en godinnen. Kruidenremedies bleven bestaan, maar de bijbehorende toverspreuken werden vervangen door rijmpjes waarin bijvoorbeeld naar een christelijke heilige werd verwezen

In een document voor missionarissen uit de 8e eeuw wordt onder andere ‘het zingen van magische woorden’, ‘rituelen en offerfeesten in de bossen’, ‘maanmagie van de vrouwen’ en ‘waarzeggerij en het gebruik van orakels’ verboden – wat erop wijst dat dit wijdverspreide praktijken waren.

Heksenvervolgingen

Lange tijd deed de Kerk hekserij af als bijgeloof. Pas rond 1450 veranderde dit. De kerk wilde meer grip krijgen op de feodale samenleving en had de Inquisitie opgericht om allerlei vormen van bijgeloof te bestrijden.

Tegelijkertijd raasde de pest door Europa: aan het eind van de 14e eeuw had ze één derde van de bevolking weggevaagd. Tot overmaat van ramp namen de schepen van Columbus syfilis mee terug uit de Nieuwe Wereld. Deze geslachtsziekte wakkerde een enorme angst voor seksualiteit en seksuele contacten aan.

Men zocht naarstig naar een zondebok voor alle ellende en ‘de heks’ was een makkelijk slachtoffer. De Inquisitie propageerde het beeld van de heks als duivelvereerder: ze zou een pact hebben gesloten met Satan. Dit pact werd bezegeld op de heksensabbat, voorgesteld als een seksuele orgie.

De heks werd niet alleen verantwoordelijk gehouden voor ziekte en dood, maar ook voor het moedwillig veroorzaken van natuurrampen en het laten mislukken van de oogst.

Het idee van ‘de heks’ werd vormgegeven door de Inquisitie en fungeerde als tegenbeeld van ‘de goede christen’. Toch speelden heksenvervolgingen vooral op lokaal niveau, tussen buren die elkaar beschuldigden. De directe aanleiding voor een proces was meestal zure melk, een doodgeboren baby of mislukte oogst.

Heksenvervolgingen hadden lang niet altijd met kruidenkunde te maken, maar als directe concurrent van de priester was de lokale kruidenvrouw wel extra kwetsbaar voor demonisatie. Tussen 1450 en 1750 werden tussen de 40.000 en 50.000 ‘heksen’ geëxecuteerd. Driemaal zoveel mensen werden wegens hekserij vervolgd en vaak gemarteld. Het merendeel van hen was vrouw.

Wetenschap en religie: controle over de natuur

Binnen de voorchristelijke tradities is de natuur een directe uiting van het goddelijke. Stenen en rivieren worden bewoond door een geest of godheid en zijn heilig. Planten hebben een ziel en je kunt met ze communiceren. Daaruit volgt dat ze alleen op een respectvolle (rituele) wijze door de mens behandeld mogen worden.

Met de komst van het christendom verandert dit: de mens krijgt macht over de natuur en kan haar naar eigen goeddunken gebruiken. De natuur is niet langer gelijk aan het goddelijke, maar dient onder controle gehouden te worden. De wildernis en ook de mensen die daarmee geassocieerd worden – zoals de völva en alruna - zijn niet langer heilig, maar juist gevaarlijk.

Deze omwenteling in het wereldbeeld voltrekt zich langzaam. Al in de 4e eeuw voor Christus verwierp de Griekse arts Hippocrates het magische denken dat verweven was met de toepassing van kruiden. Hij baseerde zich puur op waarneming van de natuur en wordt daarmee gezien als grondlegger van de moderne geneeskunde.

Toch blijft het gebruik van kruiden tot laat in de Middeleeuwen omgeven met rituelen en toverspreuken. Pas in de Renaissance en later de Verlichting ontwikkelen deze ´rationele´ ideeën zich verder. De natuur verliest haar ziel en raakt volledig ‘onttoverd’. De wetenschap wordt het instrument om de natuur te beheersen. In navolging van Hippocrates kijkt de moderne geneeskunde alleen nog naar de biologische oorzaak van een ziekte. Ze zal niet snel een ritueel voorschrijven als onderdeel van een kuur.

Hedendaagse heksen

Ondanks de sterke invloed van religie en wetenschap blijven er stromingen binnen de Europese cultuur bestaan die vasthouden aan het idee van magie en hekserij. Aan de ene kant zijn er de volkstradities, die van generatie op generatie worden overgeleverd. Aan de andere kant is er een brede waaier aan esoterische bewegingen die zich baseert op het neoplatonisme en de hermetische geschriften uit de klassieke oudheid.

Tegelijk met de opkomst van de moderne wetenschap, bloeide ook de intellectuele interesse voor magie, die binnen de esoterie als één van de drie ‘traditionele wetenschappen’ wordt gezien. In esoterische geschriften werd onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten magie. Kruidenkunde viel onder de natuurmagie en stond tegenover ‘ceremoniële magie’, die gebruik maakt van complexe rituelen.

Toen de laatste hekserijwet in Engeland in 1951 werd afgeschaft, was Gerald Gardner de eerste die zich als ‘heks’ profileerde. Hij beweerde geïnitieerd te zijn in een traditionele heksencoven met een lange lijn terug in de geschiedenis. Dit is echter niet te bewijzen. Volgens het gangbare inzicht is moderne hekserij een nieuwe religie die door oude bronnen wordt geïnspireerd.

Ze bouwt direct voort op zowel de volkstradities als het esoterisch gedachtegoed, maar wordt bijvoorbeeld ook beïnvloed door boeddhisme, feminisme, yoga en sjamanistische tradities uit andere culturen. De ‘Gospel of Aradia’ is een belangrijke bron uit de volkstradities, die de vormgeving van hedendaagse rituelen beïnvloedt. Dit boek, dat aan het eind van de 18e eeuw werd opgetekend door folklorist Leland bevat liederen, betoveringen, invocaties en verhalen over ‘de Oude Religie’ van een heks (‘strega’) uit Florence, die zij weer had geleerd van andere beoefenaars.

Hedendaagse heksen verwerpen het idee van geïnstitutionaliseerde religie en geloven dat je het goddelijke direct kunt ervaren door je af te stemmen op de ritmes van de natuur. Net als hun Middeleeuwse collega’s hebben moderne heksen vaak ook een voorliefde voor kruiden en spreuken. Een plant of kruid correspondeert met een bepaald element, kleur en planeet en wordt geassocieerd met een bepaalde godheid. Op die manier krijgt bijvoorbeeld het branden van een bepaalde wierrook rituele betekenis.

Een uitzondering daargelaten gebruiken de meeste moderne heksen geen psychedelica, maar geven de voorkeur aan bewustzijnsveranderende technieken zoals meditatie, visualisatie en dans om een staat van trance op te wekken waarin ze magie kunnen bedrijven.

Plantenportretten: de nachtschades in detail

Doornappel (Datura stramonium)

Doornappel is te herkennen aan haar witte of paarse, kelkvormige bloemen, scherppuntige bladeren en stekelige zaadcapsules die lijken op die van de tamme kastanje.

Alle delen van de plant kunnen worden geconsumeerd. Meestal wordt op de zaden gekauwd, of maakt men een thee van de bladeren. Doornappel is lastig te doseren en je neemt al snel te veel.

Doornappel veroorzaakt een schimmige trip waarin de gebruiker meestal vergeet iets geconsumeerd te hebben. In een lage dosering verdooft en versuft het. Hogere doseringen leiden tot een staat van krankzinnigheid, gekenmerkt door onrust, verwardheid en hallucinaties.

In Europa werden de zaden soms aan bier toegevoegd om de roes van de drank te vergroten. De zaden werden ook gebruikt als wierook. Nog steeds wordt ‘Jimson weed’ af en toe genomen door roekeloze (of ongeïnformeerde) tieners die op zoek zijn naar een goedkope trip. Vaak met desastreuze gevolgen. In een overdosering kan doornappel, net als de andere nachtschades, fataal zijn.

Scopolamine, het hoofdingrediënt in doornappel, is ook het belangrijkste bestanddeel van de Brugmansia- en andere Datura-soorten. Deze planten worden wereldwijd op ceremoniële wijze gebruikt, bijvoorbeeld door sjamanen in de Amazone. De planten worden ook regelmatig ingezet om mensen te misleiden: onder invloed raak je je eigen wil kwijt en ben je makkelijk te manipuleren. Daarnaast vergeet je vaak wat er tijdens de trip is gebeurd.

Bilzekruid (Hyoscyamus Niger)

Net als Doornappel is Bilzekruid in Nederland in het wild te vinden. Het is een jaarlijks of tweejaarlijks kruid met vale, klokvormige bloemen. De bloemen en bladeren werden gebruikt als slaapmiddel, pijnstiller en verdovingsmiddel tijdens operaties. Zwart bilzekruid is het krachtigst. Daarnaast bestaat er ook een gele variant.

Het effect van bilzekruid begint met een gevoel van druk op het hoofd. Sommige gebruikers omschrijven het alsof iemand je oogleden met kracht dicht duwt. Zicht wordt troebel en vervormt. Ook treden er ongewone visuele hallucinaties op. De trip kan gepaard gaan met smaak- en reukhallucinaties. Het inademen van de rook van de zaden veroorzaakt gevoelloosheid in de ogen en oren.

In Europa werd bilzekruid toegediend aan gemartelden of mensen die ter dood veroordeeld waren. Het bracht hen in een staat van volledige vergetelheid.

Alruinwortel (Mandragora officinarum)

Alruinwortel is een mediterrane plant die sprekend op een klein mensje lijkt. Een stukje van de wortel werd vaak als amulet gedragen. Door het wijdverspreide geloof in haar bovennatuurlijke krachten ontstond er een levendige handel in de planten. Op een gegeven moment werd alruin zo schaars dat er ook nep exemplaren op de markt kwamen.

De oogst van alruin is met mythes omgeven. Zo moet ze gebeuren bij volle maan in een rituele cirkel. Bij het uittrekken zou de plant een gil slaken die dodelijk is voor degene die het hoort. Daarom werd deze taak uitgevoerd door een hond, die met een stuk touw aan de wortel was vastgebonden. Volgens het verhaal overleefde de hond dit niet.

Alruin werd meestal in wijn geëxtraheerd. Het is ook mogelijk om op een stukje wortel te kauwen. De effecten zijn vergelijkbaar met die van doornappel. Alruin werkt verdovend en bedwelmend. Fysiek voel je je goed, maar je verliest je gezonde verstand. Alruin kan dus ook gebruikt worden om mensen te manipuleren en was daarmee een gewild ingrediënt in liefdesdrankjes.

Bezit van de wortel werd geassocieerd met hekserij en kon gevaarlijk zijn: in 1630 werden drie Hamburgse vrouwen hierom ter dood veroordeeld. De naam van de Germaanse zieneressen (alruna) is direct verbonden met de plant. Zij gebruikten alruin om in een profetische trance te raken.

Wolfskers (Atropa belladonna)

Belladonna betekent letterlijk ‘mooie vrouw’. De plant was al in de oudheid bekend vanwege haar pupil-verwijdende effecten. Vrouwen druppelden een aftreksel in hun ogen om er aantrekkelijker uit te zien. Dit was niet helemaal zonder gevaar: troebel zicht is een veelvoorkomend bijeffect en langdurig gebruik kan blindheid veroorzaken.

Het verwijden van de pupillen is een kenmerk van atropine, het hoofdbestanddeel van de plant. Net als de andere heksenkruiden bevat wolfskers daarnaast scopolamine en hyoscyamine.

De bessen kunnen gegeten worden. Ook wordt er soms een aftreksel gemaakt van de bladeren. Het effect van wolfskers lijkt op een droom die wordt ervaren als de realiteit: het brengt je in een vreemde (krankzinnige) staat, terwijl je vergeet dat dit door de belladonna wordt veroorzaakt.

Net als de andere nachtschade planten werd wolfskers regelmatig verwerkt in vliegzalf. Van de bessen alleen werd al gezegd dat ze de gebruiker in een dier konden transformeren.

Op een grote paddenstoel… andere psychedelica van Europese bodem

Naast de nachtschades kent Europa enkele andere psychedelica, zoals de vliegenzwam (Amanita muscaria), psilocbyine-houdende paddenstoelen - zoals het puntig kaalkopje (Psilocybe semilanceata) - en cannabis.

De karakteristieke vliegenzwam - rood met witte stippen - komt over de hele wereld voor. We weten van ritueel en sjamanistisch gebruik in Siberië, India, Midden-Amerika en Noord-Amerika. Een enkele keer wordt de vliegenzwam, die in berken- en dennenbossen groeit, genoemd als ingrediënt van vliegzalf, maar het gebruik in deze contreien lijkt minder wijd verspreid te zijn geweest dan dat van de nachtschade planten. Waarschijnlijk omdat ze binnen de Europese kruidenkunde (onterecht) lange tijd bekend stond als ‘zeer giftig’.

De hennepplant komt oorspronkelijk uit Azië, maar groeit tegenwoordig over de hele wereld. De Scythen introduceerden haar in de 5e eeuw voor Christus in Europa. Herodotus beschreef hoe zij de rook van cannabiszaden inhaleerden om zichzelf te reinigen tijdens een begrafenisritueel. In hoeverre zij hier ook door ‘bedwelmd’ raakten is een punt van discussie.

Over het gebruik van cannabis vanwege haar psychoactieve eigenschappen bestaat veel speculatie, maar weinig bewijs. We weten dat hennep voor vele andere doeleinden werd ingezet: van de vezels werd touw en kleding gemaakt en hennepzaad diende als voedsel. Ook werden er meer dan honderd medicinale eigenschappen aan de plant toegeschreven. De christelijke non en kruidenkundige Hildegard von Bingen beschreef bijvoorbeeld in de 12e eeuw hoe hennep kan worden gebruikt als medicijn tegen buikpijn en bij de behandeling van wonden. Andere middeleeuwse bronnen noemen hennep als remedie tegen zweren en tumoren.

Ook over het mogelijk (ritueel) gebruik van psilocybine-houdende paddenstoelen (die inheems zijn in Europa) zijn geen bronnen bekend. Mysterieus genoeg lijken de effecten van de paddo pas recent te zijn ontdekt. (Lees hierover meer in ons artikel over Paddo´s kweken).

Hoe zat het nou met die vliegzalf?

Om vliegzalf te maken liet men de nachtschade planten in een laagje vet sudderen. Meestal gebruikte men varkens- of ganzevet, maar volgens de Inquisitie was babyvet meer gewild onder heksen. Naast Bilzekruid, Doornappel, Alruinwortel en Belladonna (deze worden in verschillende combinaties genoemd) werden er andere planten aan de mix toegevoegd, zoals monnikskap (Aconitum napellus), gevlekte scheerling (Conium maculatum) en dolik (Lolium temulentum). Ook de vliegenzwam (Amanita muscaria) en cannabis (Cannabis sativa) komen in sommige recepten voor.

Een ander belangrijk ingrediënt was opium (Papaver somnifernum). Er is een antagonistische werking tussen de opiate alkaloïden in opium en de tropane alkaloïden in de nachtschade planten: ze worden vaak als tegengif voor elkaar gebruikt. De toevoeging van opium maakt de vliegzalf dus minder giftig en veroorzaakt een droomachtige toestand, die kan bijdragen aan de tripervaring.

De zalf werd op de huid gesmeerd, vooral op de gevoelige delen, zoals de onderarm, het voorhoofd, de slapen en de schaamstreek. Naar verluidt was insmeren van een bezemsteel (of ander voorwerp) om deze vervolgens te ‘berijden’ een zeer effectieve manier om de zalf zijn werk te laten doen. Men geloofde dat de heks onder invloed met geesten communiceerde en in staat was zichzelf in een dier te veranderen.

Tegenwoordig worden de nachtschadeplanten nauwelijks nog gebruikt. Een enkele avonturier daargelaten, kiezen de meeste psychonauten voor meer toegankelijke en ‘vriendelijkere’ middelen. We raden je dan ook geenszins aan zelf met deze planten en kruiden te experimenteren. Alhoewel de planten legaal zijn en vaak in het wild groeien, kunnen ze in een lage dosering al fataal zijn en blijvende krankzinnigheid veroorzaken.

Geschreven door: Juniper

Verder lezen/kijken:

-Is de war on drugs een moderne heksenjacht? The religion that has no name. The persecution of psychedelic spirituality by Cognitive Liberty UK.

-Vice documentaire over scopolamine. The world’s scariest drug

Bronnen:

-Phyllis Curott. Heksenkunsten. Een rituele gids voor een magisch leven. 2002 (2001). Uitgeverij Luitingh – Sijthoff B.V. Amsterdam.

-Steef Davidson. Drugs, Kruiden van hemel en hel. 1982. Uitgeverij Helmond B.V. Helmond.

-Gerben Hellinga en Hans Plomp. Uit Je Bol. Gezond verstand bij het gebruik van bedwelmende middelen. 2011 (1994). Prometheus, Amsterdam.

-T.M. Luhrmann. Persuasions of the Witch’s Craft. Ritual Magic in Contemporary England. 1991 (1989). Harvard University Press, Cambridge Massachusetts.

-Claudia Müller-Ebeling, Christian Rätsch, and Wolf-Dieter Storl. Witchcraft medicine 2003 (1998). Inner Traditions International.

-Dale Pendell. PharmakoGnosis. Plant Teachers and the Poison Path. 2010 (2005). North Atlantic Books, California.

-Christian Rätsch. Encyclopedia of Psychoactive Plants. 2005 (1998). Inner Traditions International.

-Pamela J. Stewart and Andrew Strathern Witchcraft, Sorcery, Rumors and Gossip. 2004. Cambridge University Press.

-Wolf-Dieter Storl. The Herbal lore of Wise Women and Wortcunners. The Healing Power of Medicinal Plants. 2012. North Atlantic Books, California.

-Richard Evans Schultes, Albert Hofmann, and Christian Rätsch. Plants of the Gods. Their Sacred, Healing and Hallucinogenic Powers. 2001 (1992). Healing Arts Press.



Reacties

  • Feel 27-06-2008 12:48:21

    Great! Our universe is expanding.
    God, i miss those dried hawaians.
    Stop the hipocrit war on drugs!


Ben je 18 jaar of ouder?

Om onze webshop te kunnen bezoeken dien je te bevestigen dat je 18 jaar of ouder bent.