Ontdek nieuwe gunstige prijzen op Arizer

Het kweken en verzorgen van cactussen

Introductie

Cactussen komen voor op een groot deel van de wereld. Meestal groeien ze in gebieden waar weinig anders wil groeien. Vooral Zuid-Amerika en Afrika zijn ruim vertegenwoordigd in het aantal soorten cactussen dat men herbergt. Omdat de meeste cactussen in droge streken voorkomen, denken de meeste mensen meteen aan woestijnen. In werkelijkheid groeit maar een heel klein gedeelte in extreem droge gebieden. Meestal komen ze voor in gebieden met 5-50 cm neerslag per jaar.

Omdat de meeste cactussen erg weinig eisen stellen aan hun leefomgeving, zijn ze erg makkelijk om thuis binnen en/of buiten te houden. Door de grote verscheidenheid aan cactussen is het erg lastig om precies aan te geven wat de juiste omstandigheden voor alle cactussen zijn. Elke cactus heeft zo zijn specifieke voorkeuren. Uiteraard zijn er wel degelijk een heleboel omstandigheden die voor de meeste cactussen hetzelfde of grotendeels vergelijkbaar zijn.

Potten en bakken

Het juiste formaat pot is erg belangrijk voor een cactus. Een te kleine pot kan betekenen dat de wortels gaan verstikken. De cactus zal dan weinig tot niet gaan groeien en uiteindelijk zal hij afsterven. Een te grote pot met veel aarde zal teveel water opnemen wat uiteindelijk zou kunnen leiden tot wortelrot.

In het algemeen kan je zeggen dat bolvormige cactussen (soorten uit de Lophophora familie bijv.) het meest gebaat zijn bij potten die net iets groter zijn dan het wortelstelsel van de cactus. De zuilvormige cactussen (soorten uit de Trichocereus familie bijv.) willen meestal een pot met iets meer ruimte dan de bolvormige cactussen.

De keuze van materiaal van de potten is meestal tussen gebakken klei en plastic. De hobbykwekers kiezen meestal voor de potten van gebakken klei. Deze potten hebben de eigenschap om meer te 'ademen' en de aarde droogt erin sneller uit. Potten van gebakken klei zijn wel duurder in de aanschaf dan potten van plastic.

Zorg er altijd voor dat de pot één of meerdere gaten aan de onderkant heeft. Cactussen hebben liever dat ze water van onderen krijgen dan van de bovenkant.

Grondmengsels

Een (juist) grondmengsel kan van erg veel invloed zijn op de groei van een cactus. Het perfecte grondmengsel moet echter nog uitgevonden worden. Als u aan 10 cactuskwekers de perfecte mix vraagt, zult u waarschijnlijk 10 verschillende antwoorden krijgen.

Normale potgrond is in principe niet geschikt voor de meeste cactussen. Deze aarde heeft de eigenschap om water lang vast te houden. Dit is juist iets waar cactussen van gruwen. In vele tuincentra is daarom speciale cactusaarde verkrijgbaar. Deze cactusaarde voldoet in vele gevallen prima. Echter, de meeste hobbykwekers zweren bij een mix die zij zelf naar vele jaren ervaring hebben uitgezocht.

Ingrediënten die veel worden gebruikt bij het maken van grondmengsel voor cactussen:

  • turf
  • kokosvezel
  • potgrond
  • klein grind
  • perliet
  • puimsteen
  • kalksteen

De meeste mixen voor grondmengsels bestaan uit 20-25% organisch materiaal en voor de rest uit anorganisch materiaal. Het is erg belangrijk dat het los en luchtig is. Als dat niet het geval is, zal het teveel water vasthouden, wat weer kan leiden tot wortelrot. Ook cactussen hebben behoefte aan voldoende voedingsstoffen en maken dus gebruik van de aanwezige voedingsstoffen in het grondmengsel. Op den duur raken deze voedingsstoffen uitgeput. Daarom kan het verstandig zijn om een keer per jaar een beetje mest toe te voegen om deze voedingsstoffen weer aan te vullen.

Licht

De juiste hoeveelheid licht is meestal het moeilijkste onderdeel van het houden van cactussen. Vooral de mensen in koudere gebieden op de wereld moeten zich af en toe in allerlei bochten wringen om de cactus genoeg licht te geven. Cactussen zijn van nature gewend om veel licht te krijgen. De meeste cactussen houden het wel uit in minder licht, maar het zal de groei remmen en ze zullen weinig of niet in bloei komen. In de zomer is de cactus meer gebaat bij zon dan in de winter. De meeste cactussen hebben in de zomer al voldoende aan enkele uren volle zon en de rest van de dag schaduw. Eventueel kan de cactus onder kunstmatig licht geplaatst worden. De Tl-buis is daarvoor een optie, ze geven namelijk veel licht. De nadelen zijn dat ze op niet meer dan 10-30 cm aangebracht mogen zijn en Tl-buizen geven weinig warmte. Een alternatief is de halogeen lamp. Deze geeft een heleboel meer warmte. Ze verbruiken daarentegen weer meer energie.

Zoals altijd is ook in dit geval teveel niet goed. Als de cactus teveel zon krijgt wordt dit vaak al snel zichtbaar. De naar de zon gekeerde kant zal verbleken, wat tot brandplekken kan leiden. Verdraai de cactus af en toe op zijn plaats zodat alle kanten van de cactus regelmatig vol in het licht komen.

Temperatuur

Zoals bekend houden cactussen van de warmte. Ze komen niet voor niks in de natuur voornamelijk in de warmere delen van de wereld voor. Maar ook de warmere delen van de wereld hebben vaak koude nachten. Vele cactussen zijn daardoor van nature bestand tegen koudere temperaturen. Sommige cactussen kunnen zelfs een korte tijd tegen vorst, zolang ze overdag maar voldoende licht en warmte krijgen. Bij het binnenshuis houden van cactussen is de huistemperatuur meestal voldoende. In de streken waar men cactussen ook buiten kan houden, kan het in sommige gevallen verstandig zijn om de cactussen in de winter binnen te plaatsen.

In de zomer zijn cactussen meer gebaat bij hoge temperaturen dan in de winter.

Water

De meest voorkomende doodsoorzaak voor cactussen is overbewatering.

Dus de gouden regel is:

Geef je cactus niet te veel water!

Verreweg de meeste cactussen gaan dood omdat men de cactus teveel water geeft. Het is voor veel mensen erg lastig om te bepalen wanneer de cactus water nodig heeft.

In de zomer heeft een cactus meer behoefte aan water dan in de winter.

In het algemeen kun je zeggen:

Voorjaar: 1 keer per 2 weken (bloeiperiode)

Zomer: 1 keer in de week (groeiperiode)

Herfst/winter: 1 keer per 4 weken (rustperiode)

Deze hoeveelheden kunnen echter per cactus en per omstandigheid verschillen!

Ten alle tijde geldt dat de aarde geheel uitgedroogd moet zijn voordat je weer water geeft. Bij twijfel is het verstandig om nog maar even geen water te geven.

Het is het beste om water van de onderkant te geven. Cactussen hebben het water liever beneden bij de wortels dan dat ze het in de nek gegooid krijgen. Hiervoor dient de pot één of meerdere gaten aan de onderkant te hebben en op een schotel te staan. Bij het plaatsen van water op de schotel, zal het grondmengsel het water van beneden naar boven opnemen en zo de wortels van de cactus bereiken. Als het water de oppervlakte bereikt heeft, dan is het voldoende en kan je het overtollige water van de schotel verwijderen.

Tip: Gebruik regenwater in plaats van kraanwater.

Behandeling

De meeste cactussen hebben een ruw uiterlijk. Dit betekent niet dat je de cactus ook zomaar ruw mag behandelen. Behandel de cactus met respect en doe rustig aan.

Veel cactussen zijn gevoelig voor (stevige) aanrakingen. Deze kunnen lelijke littekens tot gevolg hebben. Als je de cactus om wat voor reden dan ook moet vastpakken of verplaatsen, dan is het het beste om dit aan de onderkant te doen. Het is verstandig om een cactus vast te pakken met handschoenen aan of een dubbelgevouwen doek om je handen.

Verpotten

Cactussen, en dan voornamelijk de wortels, hebben er een hekel aan om verpot te worden. In principe is het dan ook verstandig om de cactussen zo lang mogelijk in dezelfde pot te houden. Het kan echter soms noodzaak zijn om ze toch te verpotten:

  • ze groeien erg snel waardoor de wortels in de verdrukking komen.
  • aarde is volledig uitgeput van voedingsstoffen
  • er zit een schimmel/bacterie in de aarde

Enige voorzichtigheid is wel geboden bij het verpotten van cactussen. Niet alleen de cactus is kwetsbaar. Ook de naalden zullen je ongetwijfeld niet ontgaan zijn. Draag dus dikke handschoenen of een omgeslagen doek ter bescherming van je handen. Wees dus voorzichtig en subtiel!

De beste periode om te verpotten is net na de winterrustperiode, zo rond februari. Wacht na het verpotten enkele weken met het geven van water. De wortels kunnen dan rustig wennen aan de nieuwe omgeving.

Ziekten en plagen

De meeste cactussen zijn vatbaar voor dezelfde ziekten en plagen als de meeste gewone kamer- en tuinplanten. Het is daardoor ook erg belangrijk om je cactussen regelmatig te onderzoeken op wat voor ongedierte dan ook. Ook hier geldt dat voorkomen beter is dan genezen. Creëer daarom de juiste omstandigheden waarin de cactus het beste groeit, maar de ziektekiemen en schadelijke insecten geen kans krijgen.

Fungiciden en pesticiden kunnen een oplossing zijn voor vervelende ziektekiemen en schadelijke insecten. Maar wees gewaarschuwd voor overmatig gebruik van dergelijke schimmeldodende en bestrijdingsmiddelen. Vaak heeft ook de cactus onder deze middelen te lijden. Volg in ieder geval altijd de aanwijzingen op de verpakking nauwkeurig op!

Probeer ten alle tijde een dier- en milieuvriendelijke oplossing te vinden...

De meest voorkomende ziekten zijn:

Rot

  • aantasting van wortels en onderste delen van de stengel door schimmels en bacteriën
  • te herkennen door donkere verkleuring
  • 'zacht' uiterlijk
  • verbreidt zich naar boven uit
  • oorzaak: te weinig doorlatend grondmengsel en/of teveel water
  • oplossing: redden wat er te redden valt = stekken maken van de gezonde delen

Vorstschade

  • te herkennen door delen van de stengel die bruin/zwart worden en het wat papperig worden na ontdooiing
  • te voorkomen door voldoende warmte en luchtcirculatie

De meest voorkomende plagen zijn:

Wolluis

  • meest voorkomende plaag onder cactussen
  • meestal wit van kleur
  • kleine, ovale insecten
  • produceert een witte wasachtige stof
  • nestelt zich op de wortels, stengels, bladeren en/of op jonge scheuten van planten
  • langzaam verplaatsende plaag
  • oplossing: speciale insecticide voor wolluis
  • bij ontdekking de geplaagde cactus(sen) meteen verwijderen van de rest

Spintmijt

  • achtpotige beestjes
  • zo klein dat ze bijna niet zichtbaar zijn, fractie van een millimeter doorsnee
  • meestal rood van kleur
  • produceren vaak een fijn en dicht web over de planten
  • bestrijding door speciale bestrijdingsmiddelen
  • hardnekkig

Bladluis

  • kleine ronde/bolle insecten
  • meestal groen van kleur
  • komt vaak voor in grotere hoeveelheden
  • veroorzaakt zwartschimmel
  • oplossing: insecticide, gaasvliegen, lieveheersbeestjes

Schildluis

  • verschillende soorten variërend van 1 mm tot 1 cm
  • variërend in kleur van wit tot bruin
  • komt weinig voor, wordt meestal binnengebracht door nieuwe planten in de collectie
  • verwijdering met de hand of borstel, bij volwassen schildluizen werken de meeste pesticiden onvoldoende

Trips

  • gevleugelde insecten van nog geen halve millimeter groot
  • geelbruin van kleur met de vorm van een rijstkorrel
  • bewegen zich snel voort over de plant
  • onttrekken voedsel van de plant met een bronzen tot zilveren verkleuring als gevolg
  • komen vanuit het niets en verdwijnen vaak weer in het niets
  • makkelijk te bestrijden met gewone bestrijdingsmiddelen

Vermeerdering van cactussen

Opkweken vanuit zaad

Een makkelijke manier om te starten met de kweek van cactussen is met zaadjes. De meeste cactuszaadjes ontkiemen vrij makkelijk en vragen niet al teveel van hun leef- en groeiomgeving.

De eerste stap is het kiezen van een voedingsbodem. Er zijn vele verschillende recepten voor een juiste voedingsbodem.

Een veel gebruikte en succesvolle mix is:

  • 1/3 potgrond
  • 1/3 turf
  • 1/3 klein grind (1-3 mm)

Bovenop deze voedingsbodem is het verstandig om een laagje van alleen maar zand of klein grind te leggen (1/2 - 1 cm.)

Een groot gevaar voor mislukking zijn de vele organismen die zich in deze mix bevinden. Zeker in het beginstadium zijn de zaadjes erg vatbaar voor ziekten en plagen. Het is daarom belangrijk dat de voedingsbodem en het zand/klein grind voor de bovenste laag gesteriliseerd worden voordat de zaadjes hierin gestopt worden. Dit steriliseren kan je doen door middel van de snelkookpan of de magnetron. Van deze 2 heeft de snelkookpan de voorkeur vanwege een grotere kans op goed resultaat.

Snelkookpan: 60 minuten op 15 psi

Magnetron: 8 - 10 minuten hoogste stand

Als de voedingsbodem geheel is afgekoeld en in het juiste potje (gaatjes onderkant) is gedaan, leg dan een dun laagje van het afgekoelde zand of klein grind bovenop deze aarde. De zaadjes kunnen nu worden uitgestrooid over het bakje. Druk de zaadjes niet verder in de aarde. De zeer kleine zaadjes zullen niet ontkiemen als ze te diep in de aarde zitten. Voorzichtig uitstrooien is dan ook meer dan voldoende. Geef als laatste de zaadjes en de aarde nog even een flinke spray met water. De zaadjes zullen dan vanzelf een klein beetje naar beneden zakken. Het is verstandig om hier een (lichte) fungicide bij te gebruiken om besmetting van bacteriën te voorkomen. Plaats tevens het bakje gedurende 5-10 minuten in een bak met water zodat de aarde ook door de gaatjes aan de onderkant water kan opnemen.

Nu wordt het tijd om de zaadjes te laten ontkiemen. Plaats ze daarom in een omgeving waar aan de volgende eisen wordt voldaan.

  • Warmte. Plaats het bakje met zaadjes op een warme plek met een (constante) temperatuur van tussen de 20 en 30 °C.
  • Licht. Zaadjes hebben licht nodig om te ontkiemen. Zet ze echter wel op een plek waar geen direct zonlicht komt. Zaadjes en kleine cactussen zijn erg kwetsbaar voor (fel) zonlicht.
  • Luchtvochtigheid. Ontkiemende zaadjes houden van een hoge luchtvochtigheid. Ideaal is tussen de 60 en 90%. Om dit relatief makkelijk te kunnen bereiken is het verstandig om de ruimte zo klein mogelijk te houden. In het beginstadium zal dat dus betekenen dat ze in een kleine afgesloten bak of zak geplaatst moeten worden.

Na 3 tot 10 dagen zullen de zaadjes gaan ontkiemen. Vanaf nu zal het meeste werk vanzelf gaan. Het is echter wel belangrijk dat jij ervoor zorgt dat de omstandigheden optimaal blijven voor een goede start van deze nieuwe cactuslevens... Dus voldoende licht, lekker warm en een hoge luchtvochtigheid. Na 2 - 3 maanden is het verstandig om òm de week enkele gaatjes in de zak prikken, zodat de kleine cactussen langzaam kunnen gaan wennen aan droge(re) lucht.

Na 6 maanden zijn de cactussen al heel wat groter en sterker geworden. Nu wordt het tijd om ze uit de zak te halen en ze onder normale omstandigheden te plaatsen.

Opkweken uit stekken

Het nemen van stekken is eigenlijk niets meer dan een gedeelte van een cactus afsnijden en dit opnieuw in de aarde plaatsen. Dit afgesneden gedeelte zal dan weer wortels aanmaken en verder leven als een zelfstandige cactus.

De beste tijd om stekken te nemen is het begin van het groeiseizoen. Als je een gedeelte van een cactus afsnijdt, doe dit dan altijd met een scherp en gesteriliseerd mes. Het niet steriliseren van het mes kan leiden tot besmetting.

Laat de stek daarna goed drogen voordat je het weer in de aarde steekt om verder te groeien. Dit kan per cactus verschillen van enkele dagen tot enkele weken. Om de stek goed te drogen is het het beste om deze te plaatsen in een warme ruimte met een klein beetje luchtcirculatie.

Veel cactussen waar een stek vanaf is gesneden gaan vanzelf scheuten ontwikkelen aan de zijkant. Op een gegeven moment zal je ook deze weer als stekken kunnen afsnijden.

Enten

Sommige cactussen groeien heel erg langzaam, bloeien zeer weinig en/of hebben moeite om een gezond wortelstelsel te ontwikkelen. Om dit te bevorderen is het mogelijk om cactussen te enten. Het enten van cactussen is als het ware 2 verschillende soorten cactussen aan elkaar laten groeien.

Bij het enten gaat het om de bovenste cactus, genaamd de scion. Deze scion, zal in plaats van een wortelstelsel ontwikkelen zich vergroeien aan de onderste cactus, de onderstam. Het grootste voordeel van enten is dat de groeisnelheid van de scion drastisch stijgt. Sommige soorten groeien wel tot 10 keer zo snel als ze geënt zijn. Vaak zal de scion ook sneller en rijkelijker bloemen geven. De beste periode om te enten is in de zomerperiode met 2 gezonde cactussen die allebei in de groei zijn.

Voor de onderstam wordt meestal een zuilcactus (bijvoorbeeld een Trichocereus) gebruikt. Bebruik bij het enten altijd een vlijmscherp en steriel mes. Snij de cactus die als onderstam gaat dienen op de juiste hoogte (minimaal 10 cm. hoog) af en kant het mooi naar beneden af. Laat de cactus vervolgens geheel drogen. Doe dit in een warme ruimte met een beetje luchtcirculatie. Dit kan enkele dagen tot 2 weken duren.

Als de wond geheel is gedroogd wordt het tijd om de andere cactus erbij te pakken. Snij vervolgens het bovenste puntje van de onderstam er horizontaal af (met wederom een scherp en steriel mes), maar laat het puntje er nog even op liggen. Pak vervolgens de andere cactus (scion) en snij deze op de gewenste hoogte af. Verwijder het puntje van de onderstam en plaats de scion er bovenop. Doe dit subtiel, maar wel zo snel mogelijk om eventuele besmettingen te voorkomen.

Druk de cactussen lichtjes tegen elkaar en zorg ervoor dat alle lucht ertussen verdwenen is. Doe wat tape of elastiek over de cactussen zodat ze goed aan elkaar vast blijven zitten. Het kan handig zijn om deze handeling uit te voeren met zijn tweëen Plaats ze vervolgens gedurende 3 dagen in een gesloten bak of zak met een hoge luchtvochtigheid. Gedurende deze 3 dagen krijgen de cactussen om de wonden te helen en aan elkaar te groeien. Na deze 3 dagen kunnen ze er worden uitgehaald en het tape of elastiek worden verwijderd. Ze zullen verder gaan als één...